Meisjes- en Vrouwenvoetbal


Meisjesvoetbal groeit uit tot damesvoetbal


Artikel 75 jaar ARC (2002)
Door Jan Uitzetter

Als het er dit jaar niet van komt, dat toch zeker volgend seizoen. Meisjesvoetbal groeit bij ARC uit tot damesvoetbal. De toen 6-jarige Janneke van Egmond zal in 1991 niet gedacht hebben dat zij de eerste was van een groeiend legertje meisjes dat zich bij ARC zou aanmelden om er te gaan voetballen. Aanvankelijk nog samen met jongens, vervolgens als meisjesteam in de jongenscompetitie en tenslotte als meisjesteam in de meisjescompetitie. Veel van de meisjes van toen zijn de dames van morgen, want van de meisjes van het eerste uur zijn er veel blijven voetballen, dwars tegen allerlei weerstanden in.

ARC was laat met de meisjes. Dat herinner ik me nog toen ik als jeugdleider bij de F-jes en de E-tjes actief was. Bij een wedstrijd in Leiden bleef een van mijn mannetjes plotseling stokstijf stilstaan in het veld. "Een meid" riep hij met een mengeling van verbazing en ongeloof toen hij zijn tegenstanders eens goed opnam. En toen hij nog wat beter keek ontwaarde hij zowaar nog een tweede meisje. Groot was het gelach, want dat kon toch niet. Ik geloof dat we wel wonnen, maar na afloop was er toch enig ontzag. "Die ene meid kon best aardig voetballen", was het eerlijke oordeel van de ARC-jongetjes.

"Voor de voetbalsport is een sterk en gehard lichaam nodig. Aan deze voorwaarden kunnen vrouwen niet voldoen. Ik raad daarom de initiatiesneemster aan zoo spoedig en volledig mogelijk haar plannen te laten varen.
Dr. D.J. van Prooije, voorzitter KNVB 1932.


De verbazing was begrijpelijk, want bij ARC waagden zich toen nog geen meisjes aan voetballen. Janneke van Egmond was de eerste. Zij speelde in een team jongetjes, was nog op een leeftijd dat ze zonder bezwaar met knullen na afloop onder de douche ging. Inge Kranenburg was het tweede meisjes dat zich meldde. Samen met Janneke speelde ze in het zelfde jongensteam. Met plezier, weet moeder Yvonne Kranenburg zicht goed te herinneren.

ARC ging pas echt wat van meisjes merken toen Janneke en Inge inmiddels aangeland in groep 8 van de basisschool gingen meedoen aan het schoolvoetbaltoernooi. Enthousiast maakten ze reclame voor het meisjesvoetbal. Kom ook bij ARC voetballen, riepen ze hun teamgenootjes van het Baken op. Hun oproep bleef niet zonder gevolg, helemaal niet toen ze het een jaar later nog eens dunnetjes overdeden.

"Ik had ineens een heel elftal meiden bij de C¨, herinnert John van Egmond, geen familie van Janneke, de toenmalige hoofdleider van de C, vond het prachtig. Zijn motto is heel simpel "Voetbal is voetbal. Als meisjes willen voetballen, laat ze dan voetballen. Daar zij wij als vereniging voor". Toen de meisjes lieten weten dat ze als meisjesteam wilden deelnemen aan de jongenscompetitie spande hij zich daara dan ook onvoorwaardelijk voor in. "Piet van der Pouw heeft geloof ik nog gebeld met de KNVB om te vrangen of dat wel mocht." Reglementair kon het, dus bij ARC kwam een elftal meiden bij de C uit in de jongenscompetitie.

Yvonne over die periode: "Ze werden afgedroogd, afgedroogd en afgedroogd. Maar al verloren ze met 25-0, ze bleven plezier houden. Winnen of verliezen deed en nog niet toe. Al was het weet-ik-hoeveel-0 geworden, we kregen altijd te horen 'we hebben toch fijn gevoetbald. Nou dan'." In dat eerste jaar was Sandra Blijleven trainster. Het jaar daarop werd ze opgevolgd door Jacqueline de Graaf, ook de huidige trainers van de M1. "Geleidelijk aan in dat jaar kregen ze toch wel zoiets van, 'we willen ook wel eens winnen. Misschien is het dit toch niet helemaal'. Jongens zijn toch sneller, en vooral in die leeftijd ook sterker. Zeker die jongens uit was ik de boerenkooldorpen noem waar tegen moesten ballen.
Het werd dus de meisjescompetitie voor de M1, met Jacqueline als trainster en Yvonne als leidster. Waarbij de meiden bij het schoolvoetbal maar weer eens reclame hebben gemaakt. "Want als we met meer zijn, kunnen we bij ARC meedoen in de meisjescompetitie", heette het. John: "En toen hadden we dus ineens niet alleen een elftal, maar ook een zevental bij de D-junioren. In die jongere categoriegingen de meisjes nog meespelen in de jongenscompetitie, maar de C-meiden kwamen voortaan uit in de meisjescompetitie.

"Medisch is er niet veel tegen te zeggen, al zullen de bezitters van lieve gezichtjes er om moeten denken dat een litteken niet flatteert!"
- Dr. I. van Daal, Medische Commissie KNVB, 1932.


Jacqueline had voor zichzelf de voorwaarde gesteld dat er serieus gewerkt moest worden door het door haar getrainde team. Ze weet zich nog maar al te goed te herinneren, dat ze voor het eerst als scheidsrechter haar opwachting maakte bij ARC. "Dat was bij de E2 op veld 5", weet ze nog "jij was toen leider van dat team. Je zoon zoon speelde erin, dat weet ik nog. Piet had me die wat hij noemde 'leuke wedstrijd' gegeven. Ik vond het heel wat, de eerste wedstrijd en dan gelijk de E2. Ik was me ervan bewust dat er toch wel ontzettend naar me werd gekeken. Zo van, hoe zal die het ervan afbrengen." Als vrouw in het voetbal, zo wist en weet Jacqueline, kun je alleen maar serieus genomen worden, als je als vrouw het voetballen zelf ook serieus neemt. Ze trof het met het team. Want de meiden waren niet alleen enthousiast, maar ook leergierig en lekker fanatiek. Zw wilden wel eens winnen en deden er dus alles aan om voetballend beter te worden. Ideaal materiaal, om het in trainersjargon te zeggen.

"Voetbal voor vrouwen.... Neen! heeft de vrouw geen sporten genoeg, die haar beter liggen? Waarom zou ze zich moedwillig verleelijken: is het niet haar plicht te waken voor eigen charme: is het niet haar roeping mooi en verleidelijk te zijn? Is de Eva in de vrouw dan dood?
H.A. Meerum Terwogt, Sportredacteur NRC, 1932.

En de meisjes bleven de weg naar ARC vinden om er te komen voetballen. John had in zeker jaar behalve de negen jongenselftallen ook nog eens twee meisjeselftallen en, deels in de D en deels in de C, drie meisjes zeventallen. Tijd voor een aparte coördinator, vond de jeugdcommissie. Die werd enkele jaren geleden gevonden in de persoon van Deb van Thiel. Als geboren Amerikaanse was zij met meisjes voetbal opgegroeid, want voetballen is in de USA vor de meisjes sport nummer 1.

Het meisjesvoetbal floreert dus bij ARC en dat zal dat, zo verwachten Jacqueline en Yvonne, ook wel blijven doen. Of de groep van ongeveer zestig echt veel groter wordt, weten ze niet. "Misschien komt er een kleine toeloop als we in de damescompetitie gaan uitkomen", meent Jacqueline. De M1 is e voor de komende competitie volgens haar rijp voor. "Een hecht team dat graag wil leren, gezond fanatiek is." Als dat laatste zo blijft, wil ook Jacqueline hun trainster blijven. En Yvonnen hun leidster. "Tenzij mij dochter zegt, mam ik heb je wel genoeg om me heen gehad", lacht ze.

"Ik hoop dat de overheid te-rechter-tijd meisjes en 'dames' die zich aan voetbal te buiten gaan zal vangen en gedurende korter of langer tijd opsluiten".
D. Hans, voorzitter Nederlandsche Journalisten Kring, 1932.


Dat zal dan zijn in de meisjescompetitie of in de damescompetitie; de beslissing daarover is nog niet gevallen. Meisjesvoetbal valt nog onder juniorenvoetbal en werd om die reden moeiteloos opgenomen in de ARC-wereld. Met damesvoetbal lag dat kennelijk een slag anders, want enkele jaren geleden moest de ledenvergadering zich daarover uitspreken. Met grote meerderheid, die in groten getalen opgekomen meisjes waren zelfs niet een nodig voor die stemmenmeerderheid, sprak de vergadering zich uit. Damesvoetbal mag bij ARC. Tegenstanders meenden nog beren op de weg te zien, met name in het gebruik van de accommodatie en het noodzakelijk geregel met aparte kleedkamers en dergelijke. "Maar het loopt met meisjesvoetbal organisatorisch ook goed, dus waarom zou het als meisjes dames zijn ineens niet meer goed gaan", zeggen Yvonne en Jacqueline.

Beide dames wijzen er nog een op, dat ARC al veel aan het meisjesvoetbal heeft gehad, dit voor de sceptici die er nog altijd bij de club rondlopen. "De groep heeft een voor ARC positieve uitstraling. Als we ergens komen en de mensen zien hoe de meiden van de M1 als groep met de warming-up bezig zijn, dan is er bewondering". zegt Jacqueline. Het pas in haar beleving dat je je serieus moet gedragen als je serieus genomen wilt worden.

Maar ook buiten het veld heeft ARC garen gesponnen bij de voetballende meisjes in de club. "Kijk maar eens in de kantine. Achter de bar en in de keuken zijn er verscheidene actief.En als je eens hulpkrachten nodig hebt, doe je niet gauw tevergeefs een beroep op ze. En", zegt Jacqueline om het verhaal met een lach af te sluiten: Ze hebben inmiddels ook een trouwe jongenssupportersgroep. Maar dat wel om andere redenen zijn. Want zie je bij andere voetbalclubs nog wel een van de Betsies rondlopen, bij ons zijn de meisjes ook nog gewoon leuk om te zien.

De citacten uit 1932 heb ik ontleend aan een artikel in het Leidsch Dagblad van maandag 14 januari van de hand van Ruud Paauw. Hij memoreert dat voor zover valt na te gaan vrouwen in 1898 voor het eerst hebben geprobeerd om te gaan voetballen. Die plannen werden om zeep geholpen door wat Paauw noemt "een heel peleton pastoors, predikanten en andere angstige mannen". De geschiedenis herhaalde zich kort voor de Eerste Wereldoorlog en in 1932 toen bovengeciteerde 'deskundige mannen' in het blad Revue der Sporten opnieuw korte metten maakten met de plannen.

In het seizoen 2016-2017 komt ARC uit met de volgende teams: ARC VR1 (veld), ARC VR2 (veld), ARC VR1 (zaal), MO19-1 (MA1), MO17-1 en MO17-2 (MB1 en MB2), MO15-1 en MO15-2 (MC1 en MC2), MO13-1 (MD1). Bij de E-tjes en F-jes voetballen de meisjes nog in de jongensteams. Ook spelen er meisjes in de F-Leauge en bij de Puppies. In totaal meer dan 200 meisjes en vrouwen die actief zijn bij ARC


© Historische Commissie sv ARC - Response.Write("") & YEARCOPYRIGHT & ("")
Aan de gegevens op deze site kunnen geen rechten worden ontleend.